Antwerpse Kathedraalconcerten vzw

Dispositie van het Metzler-orgel

 

HOOFDWERK (II) BOVENWERK (III)
   
Praestant 16' Bourdon 16'
Principal 8' Praestant 8'
Hohlflöte 8' Gedackt 8'
Octave 4' Quintade 8'
Spitzflöte 4' Principal 4'
Quintflöte 2 2/3' Nachthorn 4'
Superoktave 2' Nasard 2 2/3'
Tertz 1 3/5' Octave 2'
Mixtur major IV-V Waldflöte 2'
Mixtur minor IV-V Tertz 1 3/5'
Cornet V Scharf VI
Trompete 16' Trompete 8'
Trompette 8' Vox humana 8'
Clairon 4' Tremulant
   
RUGPOSITIEF (I) PEDAAL
   
Rohrflöte 8' Principal 16'
Praestant 4' Subbass 16'
Rohrflöte 4' Octavbass 8'
Nasard 2 2/3' Octave 4'
Doublette 2' Rauschpfeife V
Tertz 1 3/5' Bombarde 16'
Larigot 1 1/3' Trompete 16'
Zimbel IV Trompete 8'
Cromorne 8' Clairon 4'
Tremulant  
   
   
KOPPELS  
   
Rugpositief/Hoofdwerk Manuaaltessituur: C-f3
Bovenwerk/Hoofdwerk Pedaaltessituur: C-f1
Rugpositief/Pedaal Stemming: Werckmeister I
Hoofdwerk/Pedaal  
Bovenwerk/Pedaal  
   
Het Metzlerorgel heeft tongwerken van zowel Franse als Duitse stijl, ieder met hun eigen kenmerkende klankkleur. Dit verklaart waarom sommige registers een Franse benaming dragen, bv: "Trompette" en anderen een Duitse benaming, zoals bv: "Trompete"